Door Evert Bergshoeff op 24 april 2026
In mijn eigen proces van verwerking van de enorme dreun die het verloren contact gaf is er op de achtergrond een vraag beantwoord in stilte. Ik ben daar nauwelijks bewust mee bezig geweest, maar als ik terugkijk was het van belang om te onderscheiden wat van mij was en wat niet. Ik weet zelfs nauwelijks wat er over mij gezegd wordt. Maar dat ik volledig ben afgewezen, dat is helder. En daar ga je ongemerkt in mee.
Mijn levensgeluk is volledig van mij. In therapie zeiden ze vrij meteen; de enige die wat aan jouw depressie kan doen, dat ben jezelf. En vergeving is ook zoiets. Er wordt vaak gedacht dat vergeving een actie is richting een ander. Maar voor mij is vergeving veel meer in het reine komen met een ongewenste uitkomst. Rancune is een slecht motief om mee te leven.En hierin zie ik ook dat dit bij kinderen niet anders is.
Hoe fijn is het niet als je kunt opscheppen over je ouders? En wat doet het met jezelf wanneer je de rest van je leven over één ouder alleen negatief kunt praten? Een kind verliest hierin niet alleen een ouder maar ook een deel van het eigen fundament.Je gebruikt daarbij argumenten van incidenten van jaren geleden die jij je zo herinnert omdat dit zo werd uitgelegd.En welke elementen in jezelf die je hebt van die ouder, dien je te onderdrukken? Nog los van het feit dat je de hele familie hebt afgewezen. (Dat gebeurt veel).
Veel kinderen vertellen dat ze de afwijzing volledig zelf hebben bedacht en dat zou inhouden dat dus ook niemand je hoeft te weerhouden. En mocht je willen heroverwegen, doe dat dan voor jezelf. Om je onrust kwijt te raken, vanwege je twijfel.Ook voor kinderen is het de vraag: wat is nou echt van mij en wat niet.
Is de waarheid zoals je die kent van jezelf?
Ken je alle details of heb je ze meegekregen?
En niet onbelangrijk, kloppen ze nog steeds?
En een van die vragen is : van wie is jouw boosheid?

In gesprekken met mensen die ik heb, merk ik dat de overtuiging van de afwijzing een rotsvast blok is. Elke vorm van twijfel ontbreekt en de argumenten zijn vaak van heel lang geleden. De ene ouder is beter dan goed, en over de andere ouder is geen goed woord te zeggen. Ik denk wel te kunnen zeggen dat er in mijn proces nogal wat groei heeft gezeten, maar die blijft buiten beeld en telt hierin niet mee. En die groei zit er in meer of mindere mate bij iedereen. Maar de buitengesloten ouder heeft niets anders dan aan zichzelf te werken.
En je volharding in deze afwijzing doet ook iets in jezelf. En wat ik nog erger vind is, dat je hem ook overdraagt, want van jou zal er geen aanbeveling uitgaan. De helft waar jij het resultaat van bent, die kun je/ mag je/ wil je, niet aanbevelen.Voor een aantal kinderen zal dat ertoe leiden dat ze iets heel moois zelf mislopen, en blijven in hun overtuiging.En dat is niet alleen zonde voor de losgelaten ouder, maar vooral ook voor jezelf en voor je kinderen.
En zo zul je een mensenleven samenvatten in een enkele zin; die andere ouder was fout.
